Categorie: Italië

On tour met Monique en Hélène: Ragusa Ibla, Castello di Donnafugata, Villa Romana en Caltagirone

Met onze eigen bordeauxrode waggie scheuren we vandaag, maandag 13 oktober, naar Catania. De missie: vriendin Monique en haar zus Hélène ophalen. Maar hel-le-p, Google Maps loodst ons doodleuk dwars over de lokale markt. Het is een wonder dat we niemand raken. Snel een drankje en hupsakee, we zijn weer onderweg, terug naar MdR – zo’n twee uurtjes sturen. Cees doet een ‘familiarisatie rondje’, terwijl ik me intussen over de maaltijd ontferm. Op het menu: Pasta dolce met salieboter, gevolgd door Saltimbocca met een frisse salade. En als kers op de taart? Zelfgemaakte tiramisu, lekker man.

Dinsdag staat compleet in het teken van Ragusa Ibla. Op aanraden van een mede-zeiler schuiven we aan bij ‘That’s a Moro’. Oeps het voorafje is al een hele maaltijd op zich. Het levert een hilarisch moment op als Monique om thee vraagt, waarop de serveerster resoluut antwoordt: “No.” Maar gek genoeg is een cappuccino dan weer wél mogelijk. ’s Avonds komen Lia en Remco even buurten. Zij zijn net aangekomen in de haven.

Woensdag 15 oktober vertrekken we gelijk na het ontbijt. Op naar het Castello di Donnafugata. Voordat we er zijn, lopen we langs een boerderij waar een groep koebeesten (voornamelijk donkerbruin, met één witte) net wordt uitgelaten. We staan voor het kasteel dat sinds 1628 toebehoorde aan de adellijke familie Arezzo de Spuches. We bekijken de kleding van vroegah en dwalen door de vele vertrekken.

Natuurlijk bezoeken we ook de prachtig aangelegde kasteeltuin. Zo ook het doolhof (of is het toch een labyrint?). Gelukkig hebben we vanaf het begin al een gouden strategie: alleen maar rechts aanhouden. De timing is perfect: precies voordat de bui losbarst, hebben we de uitgang gevonden.

Met de regen als decor en een broodje uit het vuistje, rijden we door naar de Villa Romana del Casale. Je weet wel, beroemd om haar mozaïeken, inclusief de iconische ‘meisjes in bikini’. Als afsluiter van de dag bezoeken we de beroemde trappen in Caltagirone, de stad van de keramiek. Ook hier worden we bij het verlaten van de stad weer door wel érg smalle straatjes geleid.

Verwaaid liggen in de baai van Siracusa en de schilder Caravaggio

Woensdag 1 oktober 2025 gaan we anker op. Een zeildag van zo’n 55 mijl naar Siracusa, met veel wind, hoge golven, grijze luchten, plensbuien en onweer. En de wolk die dat veroorzaakt blaast gewoon met ons mee. Dus best een heavy zeiltocht. We zien uitschieters naar 39.5 knopen wind echt geen zondagmiddag relax toertje. Nu liggen we alweer een aantal dagen verwaaid in de baai van Syracuse ten anker. Soms kunnen we naar de kant maar soms is de wind te heftig en wordt het bootarrest. Wat doe je dan? Tijd voor een serieuze klusjesdag. We poetsen de kuip, geven de vlag een reparatiebeurt, cleanen wat stootwillen en old-school, krijgt al het houtwerk een liefdevolle laag Pledge. Dat is met al dat hout aan boord een heel karwei, niet even in één dagje gefikst.

Zodra de wind het toelaat, slenteren we door de stad. Overal zijn gezellige terrasjes en smalle straatjes met die charmante, typisch Italiaanse huizen in aardetinten en sierlijke balkons. We bezoeken het Scene of light. Met een VR-bril maken we een virtuele sprong door de tijd, dwars door de sferen, plekken en schaduwen van de Italiaanse schilder Caravaggio. Zijn werk is zo dramatisch door het sterke gebruik van licht en donker. Geen wonder, want de man zelf was dan wel een geniaal kunstenaar, maar ook een crimineel en moordenaar met een opvliegend karakter, die maar 38 kaar oud werd. Wat bijzonder is dat ik nu het boek Grand- Hotel Europa van Ilja Pfeijffer aan het lezen ben en daar ook over Caravaggio wordt geschreven.

Een andere must-see, is het Parco Archeologico della Neapolis met het beroemde Oor van Dionysius. Een mensgemaakte kalksteengrot in de vorm van een oor met bijzondere akoestische eigenschappen. Wij maar denken dat het vandaag misschien wat rustiger zal zijn wat toeristen betreft, maar het is zondag en gratis toegang betekent: super druk. En ja hoor, ook hier duikt Caravaggio’s naam weer op. Hij is het die de grot in 1586 omdoopt tot l’Orecchio di Dionigi (het Oor van Dionysius). Verder zien we een enorm Grieks- en een Romeins amfitheater, allemaal ‘opgeleukt’ door indrukwekkende mannelijke beelden. Nu maar hopen dat de wind snel draait zodat we het anker kunnen ophalen en koers kunnen zetten naar de thuishaven Marina di Ragusa.

Vulcano, Straat van Messina en ten anker bij Giardini Naxos

In plaats van strak langs de Siciliaanse kust naar de Straat van Messina te zeilen, maken we een spontane afslag naar Vulcano, één van de betoverende Eolische eilanden. Eerst voor anker en dan aan een mooring bij Porto Levante. Een snelle taxi service van een marinero en dan op naar Gran Cratere della Vosse. Nog een hele tippel naar boven toe met waanzinnig uitzicht. Ha ha telkens denken we dat we er zijn, maar nee we mogen nog een stukje hoger tot de kraterrand. Onze kuitspieren worden weer even aan het werk gezet.

We zien rokende fumarolen= een opening in de aardkorst waar zeer hete gassen en dampen ontsnappen. Terug loop ik op een bepaald stuk met rotspartijen aardig te stuntelen en krijg ik heel galant de helpende hand van een Amerikaan aan de ene kant en Cees aan de andere kant, heel fijn. De volgende dag is de geur niet te missen: de actieve zwafelgassen zorgen voor die typische, rotte eieren -geur (zeker geen aanrader als parfum). Je hebt hier ook warmwater stranden en bij een zwavelbad zijn de stenen gloeiend warm.

Met donkere wolken, regen en flinke valwinden vervolgen we de zeiltocht via ankerplek Cala Olivia door de drukke Straat van Messina, vol met ferryverkeer. De bestemming is Giardini Naxos.

De uitdaging hier? De dinghy veilig achterlaten. Met een klein ankertje proberen we het eerst maar dat is geen succes  dus wordt er naar een haventje getuft waar lokale bootjes liggen. En… je gelooft het niet: er moet 20 euro afgerekend worden om het bijbootje te stallen. We zijn helemaal flabbergasted. Gelukkig wordt deze ‘dingi-tax’ snel vergeten dankzij een onverwachte en supergezellige dag met Lydia en Martien. Een koffietje, een heerlijke Italiaanse lunch (met de nodige herrie in de keuken), bijkletsen en een verfrissende duik (zowel met zon als regen) bij hun appartement.

Cefalù spreek uit: Tjeefaloe

Het weer is omgeslagen. Terwijl donkere wolken dreigend om Sicilië hangen gaan we eerst een nachtje voor anker bij Cefalù. Omdat het weer wat onstabiel is besluiten we toch maar het haventje in te gaan, anders is Cees toch niet gerust als we het stadje ingaan. De dag begint allesbehalve rustig. Hellep bij het afmeren blijkt één van de mooring lijnen om het roer te zitten. Cees mag de boel redden en neemt een duik in’t water. Gelukkig is het probleem snel gefikst. De golven rollen ook hier lekker naar binnen en we gaan ook hier behoorlijk heen en weer. De springveren zijn hard nodig. Zelfs de zalingen van verschillende boten komen tegen elkaar. Op deze dansende steiger een déjà vu. Net als in Mindelo (Kaap Verden) 10 jaar geleden moet je uitkijken dat je niet omver kukelt. Heel chique worden we met een golfkarretje in Celfalù afgezet.

Eenmaal aan land blijkt Cefalù een mierennest van toeristen. De immense Normandische kathedraal kun je niet missen, een middeleeuwse kolos (begonnen in 1131) die al vanaf zee indruk maakt met haar vierkante torens. Cefalù dankt haar naam, ‘hoofd’ of ‘hoed’, aan de markante rots La Rocca (268 m) die als een kroon boven de stad uittorent.

Na een overheerlijk lunch bij Le Terme in een eeuwen oud pand met zeezicht verkennen we het stadje verder al lopen over authentieke straatsteentje. We zien veel souvenirs winkeltjes en bezoeken Lavatoio Medieval. Een openbare15e-eeuwse wasserij waar het water nog stroomt uit gietijzeren leeuwenkoppen. Gebouwd  over de rivier de Cefalino. We lopen door Porto Pescara en dan ineens een hoosbui. Jeetje binnen 5 minuten staan hier de straatjes blank en heb je letterlijk natte voeten. Gelukkig zijn we net op tijd terug met een vers broodje, voordat de volgende plensbui met onweer losbarst.

De verrassend mooie noordkust van Sicilië

Rond 8.00 uur in de morgen horen we donderdag 18 september al activiteiten rond en bij de kraan die onze Dutch Osprey weer te water gaat laten. Ze straalt en ziet er glimmend uit, van de gepoetste messing rand tot het diep donkerblauwe onderwaterschip. De antifouling is aangebracht en de boot is tot in de puntjes verzorgd. Na wat onderhoud, waaronder het vervangen van een afsluiter en een flinke poetsbeurt, zijn we weer klaar om te varen. Onze eerste zeildag is meteen een vuurdoop. De zee is ruw, met flinke golven en een sterke wind die hard haar best doet. We kiezen voor ankerplek Timpane maar de boot ligt er onrustig bij. Helaas, de wind en de golven werken niet samen en daardoor worden we flink heen en weer geschommeld. Gelukkig maken de indrukwekkende, ruige rotsformaties en een mooie zonsondergang veel goed.  

De reis gaat verder langs de schitterende noordkust van Sicilië, op weg naar Terrasini, vlak bij het vliegveld van Palermo. Wat een verrassend leuke plek. Terrasini is gebouwd op kliffen met een prachtig wandelpad eromheen. Vanaf het pad zien we onze Dutch Osprey fotogeniek in de verte liggen.

Vervolgens zetten we koers naar ons volgende ankerplekje, Baia di Mondello. De omgeving is wederom adembenemend met hoge bergen. ’s Nachts liggen we met een stuk of zes boten rustig voor anker, maar op een zonovergoten zondag verandert de baai in een waar bootjes-paradijs. Vanaf 10.00 uur is het een invasie van wel meer dan 100 bootjes, de place-to-be voor eigenaren uit Palermo en omgeving. We kijken onze ogen uit. Het zeewater is kraakhelder en heerlijk van temperatuur, dus iedereen duikt het water in. Een tochtje met onze dinghy langs de kust is ook zeker de moeite waard. Via Termini Imerese waar de Bayesian zonder mast met heel veel modder op de kant ligt (Vorig jaar in augustus gezonken in de buurt van Palermo) vervolgen we onze zeiltocht naar Cefalù.

   

Highslide for Wordpress Plugin