Auteur: Anneke

Drie dagen op vlindereiland Favignana

In plaats van lijdzaam wachten op de bootreparatie, kiezen we voor een driedaags uitstapje naar het nabijgelegen Favignana. Eén van de Egadische eilanden. De overtocht met Liberty Lines is meteen een avontuur; de wilde zee zorgt ervoor dat de crew al snel plastic zakjes uitdeelt aan kotsmisselijke passagiers. De receptioniste vertelt vol trots over haar ‘vlindereiland’, dat zijn naam dankt aan de unieke vorm. In de haven genieten we van de bonte verzameling gekleurde vissersbootjes die aan hun lijnen kraken, begeleid door het luide gekrijs van meeuwen.

We duiken in de geschiedenis bij het monumentale Tonnare di Favignana. In de negentiende eeuw hét centrum van de tonijnindustrie, groot gemaakt door de invloedrijke familie Florio. Stamvader Ignazio zorgde destijds voor een revolutie door tonijn in te blikken in olie in plaats van zout.

Later dwalen we door hun luxe zomerverblijf, Palazzo Floria. Franca Florio droeg een ketting van 7 meter met 365 parels. Volgens de legende kreeg zij van haar man één parel voor elke echtelijke misstap, als afkoopsom voor zijn ontrouw. In werkelijkheid was het sieraad vooral een theatraal statussymbool om de immense rijkdom van de familie te tonen. De enorme lappen Italiaanse tekst zijn een flinke uitdaging voor Google Translate, maar de grandeur is er niet minder om.

De volgende dag crossen we op elektrische fietsen het eiland over. Onze eerste stop is de Giardino dell’Impossibile, een bijzondere botanische droomtuin van Maria Gabriella Campo. die aangelegd is in oude, uitgegraven steengroeven. Daarna hobbelen we over verharde en onverharde paden langs de ruige kustlijn, genietend van de rotsen, een eenzame vuurtoren en de soms adembenemende azuurblauwe zee.

Onze mini-vakantie sluiten we zaterdag 16 mei af met een stevige klim omhoog richting het hoogste punt van het eiland: het verlaten Castello di Santa Caterina. Onderweg een waanzinnige uitzicht over het eiland. Aan het einde van de middag stappen we voldaan weer aan boord van onze eigen boot.

Pasta di mama, Moederdag en monteurs

Het is zaterdagmiddag en we genieten volop bij het vakantiehuis van Niels en Doortje. “Hellep” Cees neemt de uitdrukking ’tegen de lamp lopen’ iets te letterlijk als hij knetterhard met zijn hoofd tegen de glazen schuifpui knalt. Zijn bierglas overleeft de klap niet, maar gelukkig brengen scherven geluk. Omdat Niels in Italië verblijft maar nog geen pasta heeft geproefd, neem ik de honneurs waar. Ik serveer een romige Pasta Carbonara met als klap op de vuurpijl een zelfgemaakte Tiramisu. Smullen.

Op zondag is het feest voor de moeders. Niels trakteert op een uitgebreide lunch, maar niet voordat we op grote hoogte koffiedrinken aan boord van de Dutch Osprey. De replica van de vliegtuigtrap blijkt daarbij een onmisbaar hulpmiddel. Ook de rest van de kinderen laat van zich horen: Anneloes en Leon zorgen voor gezelligheid via FaceTime, en Evelien steelt de show met een zelfgemaakt tasje met de tekst: “Ik vind je fanTAStisch.”

Inmiddels is de rust weergekeerd en zijn we weer met z’n tweetjes. Dat is altijd even wennen, maar we hebben weinig tijd om stil te staan bij de stilte. Maandagochtend staan er namelijk twee monteurs op de stoep om het taatslager en de homokineet onder handen te nemen. Het is een flinke klus om deze onderdelen te demonteren en mee te nemen naar hun werkplaats. Hoewel deze heren er in september 2025 tijdens een proefvaart ook al naar keken en dachten dat het okay was. Blijkt het probleem toch echt te bestaan. Omdat het juiste gereedschap ontbreekt om het lager uit zijn omhulsel te krijgen, liggen we hier voorlopig nog wel. Geduld is een schone zaak.

Zoute zeelucht en Middeleeuwse hoogtes op en rond Trapani

Het is dinsdagmorgen en de wind houdt zich nog koest. Een perfect moment voor Niels, Doortje en de kids om met de dinghy koers te zetten naar de Dutch Osprey, die rustig voor anker ligt. Terwijl Milou het nog even op een afstandje bekijkt, vindt Mees het een tikkeltje spannend, maar vooral ontzettend stoer. Eenmaal aan boord gaat hij direct op onderzoek uit met opa Cees. Want zeg nu zelf: twee badkamers en zóveel bedden op een boot, dat is nogal wat. Mees neemt vol overtuiging het stuurwiel over varen we nog wel de goede kant op? terwijl er evenlater een vislijntje in het diepe zeewater verdwijnt in de hoop op een mooie vangst. Iedereen smult van de homemade appelboterkoek van Anneke en even later vliegen de tosti’s over tafel. Zelfs de piratenvlag wappert trots in de mast tot hij het begeeft. Oeps, nu nog even vissen naar de kraanlijn.

De woensdag staat in het teken van de ‘on the hard’ experience. De boot wordt uit het water getakeld en de extra handen van Niels zijn daarbij goud waard. ’s Middags een borrel in hun vakantiehuis. Maar lang blijven we niet met de voeten op de grond, want op donderdagmorgen 6 mei 2026 staat ‘Taxibedrijf Niels & Co’ alweer paraat. Met de kabelbaan zweven we met z’n allen naar het middeleeuwse Erice, dat hoog op de berg prijkt. De lucht is kraakhelder, wat zorgt voor een spectaculair uitzicht over de omgeving.

Vrijdag is het tijd voor een barbecue in de enorme tuin van het vakantiehuis. Onder een stralend blauwe hemel wagen Niels, Mees en oma Anneke een dappere plons in het zwembad, al is het zeewater nog behoorlijk fris. Terwijl wij heerlijk smikkelen vermaken de kinderen zich eindeloos. Heerlijk om zo met elkaar te genieten van de zon, het water en de Siciliaanse sfeer.

Op naar Trapani: Avonturen langs de Siciliaanse kust

Onze eerste zeildag zit erop. We varen richting Licata, waar we rond 17.00 uur het anker met een flinke plons in de diepte laten zakken. Van zomerse outfits is helaas nog geen sprake; we kruipen diep in onze truien en lange broeken, want het is nog behoorlijk fris op het water. De volgende dag zetten we koers naar Sciacca. De wind staat gunstig en we varen ‘melkmeisje’. Cees is volop in actie op het voordek: de boom wordt gezet en de genua mooi uitgeboomd. Een prachtig gezicht. We gaan hier ten anker, maar… dat is een minder groot succes. De boot rolt zó extreem heen en weer dat slapen eerder een uitdaging dan een rustmoment is. Dus om 6.30 alweer uit de veren.

Bij Mazara Del Vallo hopen we te ankeren, maar de natuur denkt daar anders over. Met windkracht 6 en behoorlijk hoge golven beuken we door het water. We bellen de haven voor een plekje, maar ze nemen niet op. We varen direct door naar Marsala. Eindelijk… rust. Na een heerlijke nacht slapen is het tijd voor actie: De dinghy lanceren en oppompen. Het motortje erop takelen. Gaan met die banaan. Op de kant vinden we een prachtig binnenpleintje met een fontein. We genieten van een échte Italiaanse cappuccino—zoals alleen zij die kunnen maken.

Na drie dagen Marsala zetten we koers naar Trapani. Eindelijk is het zover: we gaan Niels, Doortje, Mees en Milou zien. Zij hebben voor een week een huis gehuurd, maar het weer werkt nog niet echt mee. Vandaag, maandag 4 mei, loeit de wind weer over het dek. Het is veel te onstuimig om ze met de dinghy op te halen, dus we gaan zelf maar naar de kant voor de eerste knuffels. Dat is nog een hele operatie, want de lokale haven vraagt doodleuk 50 euro om je bijbootje twee uurtjes aan de steiger te leggen, echt te gek voor woorden. Opzoek naar een ander plekkie. Morgen wagen we een nieuwe poging om ze aan boord te krijgen. Milou trekt haar jas ondertussen nog eens extra dicht: “Brrrr, zijn we op wintersport of toch op Sicilië?”

Vaarwel Marina di Ragusa: Op naar het westen

We verlaten Marina di Ragusa. Maar voor het zover is, staat er weer een typische ‘Cees-klus’ op het programma. De windgenerator maakt inmiddels behoorlijk wat lawaai, dus heeft tie een revisie set speciaal uit Nederland meegesleept. Op YouTube ziet het er zoals altijd simpel uit: even losschroeven, onderdeel vervangen en klaar. De werkelijkheid? Een mega-klus. Werkelijk alles zit muurvast. Tot overmaat van ramp blijkt de stator ook nog eens warm gelopen te zijn. “Even snel in elkaar zetten” zit er dus niet in. Na vier volle dagen zwoegen, zweten en sleutelen is het project eindelijk met succes afgerond. Hij doet’t weer naar behoren.

Terwijl Cees vecht met de techniek, levert zoon Niels een topprestatie in Nederland. Op zaterdag 18 april rijdt hij de Amstel Gold Race. Maar liefst 150 kilometer trappen. Hij rijdt samen met collega’s, al is het door de drukte op de Cauberg regelmatig filerijden op de pedalen.

De sfeer in de haven is goed. Vrijdagavond 17 april schuiven we nog één keer aan voor een diner met de bemanning van de Norell en de Waaibaai. De volgende ochtend zwaaien we ze uit; zij zetten koers naar Malta, terwijl wij ons eigen vertrek voorbereiden.

De zeilen zijn aangeslagen, de watertanks zitten vol en de benzine voor de bijboot is binnen. Tussendoor genieten we van zondagochtend-koffietjes, eten en een borreluurtje bij ons aan boord. Vandaag, Koningsdag in Nederland, gooien we de trossen los richting het westen. Het voelt dubbel; we kwamen hier voor het eerst in 2011. Dit is echt de laatste keer dat we hier uitvaren, want komende winter keren we niet meer terug naar deze vertrouwde haven.

Highslide for Wordpress Plugin