Maand: juni 2026

We are going to….. Ibiza

De vaart zit er lekker in. Het is vrijdag 26 juni en we knallen 53 mijl over het water naar het volgende Balearen-eiland. We parkeren ons anker in het zand van de ruime Cala Xucla, maar de kant bereiken is nog een heel avontuur = not. Ondertussen voert Cees een digitale oorlog met het boekingssysteem voor een mooring in Sant Antoni. Volgens Navily is dit het “ergste boekingssysteem ooit” en we begrijpen waarom: de website ligt dagenlang in coma en de uiteindelijke boodschap is een keiharde “nee”. Dag verjaardagsfeestje in Sant Antoni… denken we. Maar na alle serenades, cadeautjes, podcasts, whatsapp berichtjes en FaceTime-sessies gebeurt er een wonder. Cees spot ineens op zijn mobiel dat er een plekje is aan een mooring bij Club Nautico. Het kost wat, maar hé, wie jarig is trakteert zichzelf. Eenmaal binnen zien we dat de helft van de boeien gewoon leeg ligt. Snappen jullie het nog? Wij ook niet, maar we vieren het feestje wel.

De “hoofdprijs” komt gelukkig inclusief een gratis watertaxi (favoriete marinero inclusief) en een hip tasje voor de bootpapieren. Luxe hoor. We schuiven aan bij Villa Mercedes voor het verjaardagsdiner, met jawel life music. Het is hier één groot “zien en gezien worden”-circus; we kijken onze ogen uit. Natuurlijk moeten we even langs Café del Mar voor een remake van onze foto uit 2011. Conclusie: we waren toen wel heel erg jong.

Met de bus tuffen we vroeg naar Ibiza-stad om de hitte voor te zijn. Dalt Vila is prachtig: dwalen tussen de stadsmuren, smalle steegjes bedwingen en puffend over de enorme haven uitkijken en her en der genieten van de bloemenpracht. Die schaduw is op dit moment onze beste vriend. Maandag 29 juni gaat de wekker weer vroeg. We hijsen de zeilen voor een flinke tocht naar het Spaanse vasteland. Bestemming: Denia. Het zeilen is vandaag weer een cadeautje.

Dag Menorca, hallo Mallorca

De hitte stijgt hier net als in Nederland ruim boven de 30 graden. Alle ventilatoren draaien overuren en zonnen-doeken worden van stal gehaald. Omdat de havens in Mahón liever mega-jachten ontvangen (helaas pindakaas) liggen we aan een drijvende pontoon aldaar. De koffers van Guido en Hanny sjouwen we sportief zelf in de dinghy.

Zonder wind transformeren we de Dutch Osprey tijdelijk in een motorboot en varen we naar het schitterende Cala Galdana. Tijd voor een heerlijke, verkoelende plons in het strakblauwe water en een diner op een absolute A-locatie, in de schaduw en met wat wind, wat wil je nog meer. We zijn inmiddels op het eiland Mallorca beland. Na een tussenstop aan een meerboei in Porto Colom mag de motor eindelijk uit: er volgt een heerlijke zeildag naar Palma.

Bij het binnenvaren van de baai spotten we indrukwekkende mega-zeilboten die trainen voor een wedstrijd, compleet met bemanning die als menselijke ballast op de rand hangt. Eenmaal in de haven ontbreekt de rode loper, ondanks dat we de hoofdprijs betalen aan liggeld. Aan boord houden we de sfeer er goed in met hilarische potjes pesten. Een must -see volgens tripadvisor is de indrukwekkende kathedraal La Seu. In de verte lijkt het net op een reusachtig zandkasteel. We ontvluchten de warme stad. Op naar een baai voor een nieuwe, frisse duik.

Menorca vanaf het water: Springende vissen, “Tante Sedonia” en dinghy dock

Met een heerlijke bries in de zeilen glijden we langs de prachtige noordkust van Menorca richting Fornells. Het is elke keer weer een sport om een perfect zandplekje te vinden voor ons anker in de cala’s. Dat moet ook wel, want er staan best wel hoge boetes op het droppen van je anker en ketting in het beschermde posidonia-gras. Door Cees inmiddels omgedoopt tot “tante Sedonia-gras”. We hebben wel een patrouillebootje van Servicico de Vigilancia de Posidonia voorbij zien komen die met een speciale kijkemmer de bodem scant om te zien of je wel netjes in het zand ligt. Onderweg worden we plotseling getrakteerd op een bizar natuurspektakel. Het wateroppervlak krioelt letterlijk van de springende vissen. Er zit overduidelijk een grote jager achter ze aan. Eén vis is blijkbaar zo ontzettend in nood dat hij een recordhoogte bereikt en pardoes bij ons aan boord vliegt. Bij Cala de Algaiarens is het een mooi stukje ongerepte natuur met twee strandjes, omringd door hoge rotsen. We stappen in de dinghy, varen naar de kant en maken een leuke wandeling door het duinengebied met dennenbossen.

Onze volgende stop is de gigantische, beschutte baai van Fornells. Witte huizen met donkergroene luiken en van die speciale witte gordijntjes. Met een lengte van vijf kilometer en een breedte van twee kilometer is er werkelijk plenty plek om te ankeren. Als watersporter lig je hier heerlijk beschermd tegen de golven, al houden de omliggende bergen niet álle wind tegen. Er liggen inmiddels ook flink wat boeien in het water. Het absolute pluspunt? Er is een heus dinghy dock aanwezig, superhandig. Met borreltijd nemen we nu een lekkere koude sangria en we hebben al een overheerlijke paella achter de kiezen. Het valt ons op hoe schoon het hier overal is. Je raakt je afval moeiteloos kwijt zonder ingewikkeld gedoe. Dat hebben we in Italië wel anders meegemaakt.

 We wandelen op ons gemak naar de Torre de Fornells. Deze iconische, kegelvormige verdedigingstoren staat prachtig te pronken aan de noordkust. Britse troepen bouwden hem rond 1801 om de baai van Fornells te beschermen. Ondertussen is Cees bezig met een planning en heeft met moeite een plekje kunnen regelen in Mahon. Zondag komen Guido en Hanny gezellig voor 2 weekjes onze kant op.


Van Carloforte (Sardinië) naar een Spaans paradijsje (Menorca)

Het is gelukkig niet zo ver zeilen naar Carloforte, op het eiland San Pietro. Ons plan, lekker comfortabel in de haven gaan liggen. Het is maar goed dat we om 12.10 uur binnenvaren, want de marinero’s hebben hier tussen 13.00 uur en 16.00 uur lunchpauze. En geloof me, die heb je met die lastige mooringlijnen écht wel nodig. Zeker nu, want het waait maar liefst windkracht 6 als we afmeren. ’s Avonds eten we maar gezellig binnen, want buiten waait het eten zó van je bord. Op zondag 7 juni 2026 is het tijd voor een grote schoonmaak. Na drie wassen en een flinke schrobbeurt is de boot weer helemaal spic en span. Tijd voor de volgende stap: we gaan 1 of 2 nachtjes doorhalen, op naar de Balearen.

Maandag vertrekken we, maar de wind doet totaal niet wat er voorspeld is. We belanden in een gigantische windstilte. Als echte dobberaars komen we heus wel vooruit, maar met een slakkengangetje. Pas rond 2:30 uur ’s nachts komt eindelijk de wind opzetten. In plaats van één nachtje doen we er door die opstartproblemen dus wat langer over. De wind trekt flink aan: van windkracht 3 naar 4, naar 5, en soms tikken we zelfs de 6 aan. De golven worden ook hoger. Dat was voorspeld, maar pff… raar maar waar aan’t einde van dag 2 voel ik me niet lekker. Zeeziekte… je zal er maar last van hebben. Terwijl ik voor pampus lig dineert Cees noodgedwongen (maar met plezier) met M&M’s.

Rond 3:30 uur ’s nachts gaan we eindelijk voor het strand van Son Bou op Menorca voor anker. Het poeiert en waait nog steeds behoorlijk, maar we liggen gelukkig aan de goede, beschutte kant van het eiland. Hoogste tijd voor een heerlijke tuk. De volgende ochtend wisselen we het Italiaanse gastenvlaggetje snel om voor de Spaanse. En nu? Nu liggen we op een absoluut paradijselijk plekkie: Cala Galdana. Azuurblauw water, indrukwekkende rotsen om ons heen… het is alsof we zó een vakantiefolder zijn binnengestapt. De drone gaat de lucht in en we maken prachtige wandelingen op de kliffen. Het resultaat, adembenemende foto’s. Er is daar zelfs een houten paal die dienstdoet als statief voor je selfie, ideaal.

Sardinië

Zaterdagochtend 30 mei 6.30 uur: de trossen gaan los. De wind is niet ideaal voor de oversteek naar Sardinië, maar de drang om te vertrekken is simpelweg te groot. Het begint als een relaxte tocht waarbij de gennaker prachtig vol staat. Met dit rustige tempo rekenen we op drie dagen en twee nachten op zee. Maar dan trekt de wind plotseling aan. De laatste zeven uur gaan we werkelijk als een speer. Wat een geluk. Rond 22.30 uur valt het anker in het pikkedonker bij Porto Giunco, in het zuiden van Sardinië. Een onbekende plek aanlopen in de nacht blijft toch altijd een spannend dingetje.

De wind poeiert inmiddels zo hard dat we ook op de volgende ankerplekken, Pula en Teulada, noodgedwongen aan boord moeten blijven. Gelukkig is er vanaf het dek genoeg te zien. We kijken uit over een schitterend, ongerept landschap van hoge bergen en amper bebouwing. De kustlijn is bezaaid met oude verdedigingstorens van vroeger. Ooit gebouwd om te waken voor piraten, waarbij de wachters via rook- en vuursignalen met elkaar communiceerden. Dus niet als baken voor de scheepvaart.

Op 4 juni, we liggen nog voor anker bij Teulada, kunnen we eindelijk weer voet aan wal zetten. Wat is het heerlijk om de benen te strekken. De typische geur van Sardinië komt ons al tegemoet: Mirte, de paarsblauwe mirtebes. We trakteren onszelf op een verrukkelijke lunch bij Trattoria da Gianni—dat is pas echt smikkelen en smullen. Inmiddels liggen we weer achter het anker bij Capo Sperone. Morgen zeilen we door naar Carloforte, waar we rustig wachten op het perfecte weergaatje voor de oversteek naar de Balearen.