Marsala en op de kant bij Trapani

We zeilen verder naar Marsala en gaan daar voor anker. Het westelijkste puntje van het eiland Sicilië. De zoute zeelucht maakt ’s nachts plaats voor een onwelkome stank van riool, stinkie stinkie. Met bootje gaan we naar de kant. Bij een betonnen muur laten we onze trouwe dinghy achter. We lopen door de antico Mercato en scoren uiteraard een fles Marsala. Bij een keurslager kopen we ultradunne kalfslapjes voor de Saltimbocca.

Maar hoe we ook genieten een ondefinieerbaar schurend geluid, wanneer de motor loopt, blijft aan ons knagen. Waar komt het vandaan. Is het de schroef? Terug aan boord trekt Cees gelijk zijn duikspullen aan om  de schroef te inspecteren en schoon te maken. Op naar de Egadische eilanden. Er zijn er 3. Bij Isola di Favignana willen  we bij het plaatsje voor anker. Maar het anker houdt niet dus wegwezen hier. Op naar Trapani met dat geluid nog steeds als ongewenste gast.

We besluiten bootservice Trapani te raadplegen. Jachthaven Drepanum Trapani Nautico. Het zou het taatslager van de Aguadrive kunnen zijn? Cees spuit hem in met WD40 en vet. We kunnen de volgende dag ,op onze 43ste trouwdag, al terecht. Twee monteurs komen aan boord en duiken de machineruimte in. ’s Middags maken we een proefvaart. En vreemd genoeg? Niets. Geen enkel ‘ander’ geluid. Omdat de boot toch al in de jachthaven ligt en we aan boord mogen blijven, gaat de boot een weekje uit het water voor een knip-, scheer- en poetsbeurt.  

Nu staan we dus hoog en droog. Niet met een laddertje omhoog maar met jawel een heuse look-a- like vliegtuigtrap, wat een luxe. Met wat verfspatjes hier en daar ach wat geeft’t. In de kampeermodus dus. Vrijdag 12 september vieren we onze trouwdag alsnog met een late lunch bij Ostria Il Moro. De chef trakteert ons op fantasierijke en smaakvolle gerechtjes. Een absolute aanrader. Met volle buikjes lopen we weer bootwaards.