De Champagnestreek

En dan scheiden onze wegen. Willem en Ingeborg gaan richting Le Havre en wij via de Marne naar het zuiden. Dus nemen we op maandag 14 mei afscheid van elkaar. Dag dag het was gezellig deze drie weken. In Mary-sur-Marne liggen we op een leuk plekje af gemeerd met 2 restaurants in ons vizier. Cees verheugt zich er enorm op maar tegen 19.00 uur zien we bij beiden restaurants nog geen beweging. Blijkt dat ze ’s avonds niet open zijn, is dat even pech. Dat wordt eten bij Chez Ann. Kaasfondue met stokbrood en een Griekse salade. Toe Iris Coffee, ook niet verkeerd toch. Via de kronkelige Canal de Marne belanden we in de Champagne streek met aan weerszijden tegen de helling wijngaarden.

 

 

 

 

We liggen inmiddels in Epernay in een leuk haventje waar we als welkomstdrankje …..Champagne krijgen hoe kan het ook anders. Vaak proberen we om streek producten te kopen. Dat wordt hier dus Champagne, echt afzien. Hi hi een Champagne ontbijtje, lunch en diner. Leon komt onze kant op en verheugt zich er al op. Lekker dat we nu een auto tot onze beschikking hebben. Zaterdag 19 mei rijden we naar Hautvillers. Hier prachtige uitzichtpunten over de wijngaarden. We nemen een kijkje in de abdijkerk van Dom Pérignon (waarnaar de beste Champagne van Moët & Chandon is genoemd, zelfs James Bond drinkt het). De ontdekker van Champagne door toevoeging van suiker waardoor er een tweede gisting optreedt en de wijn mousserend wordt.

 

 

 

 

 

 

 

 

We krijgen een interessante rondleiding in het Champagnehuis De Castellane in Epernay en lopen over Avenue de Champagne met zijn vele bekende champagnehuizen. Er zitten er hier wel zo’n 300. De Champagnehuizen kopen het sap van de druiven van de wijnboeren uit deze streek. Drie druivensoorten gebruiken ze n.l. Pinot Noir, Pinot Meunier en de Chardonnay. Er wordt met geduld, liefde voor het vak en passie gewerkt. Alles wordt met de hand geplukt, niet te geloven. Nou ze lusten er hier wel pap van want overal is het Champagne wat de klok slaat. En wij, wij genieten mee.

 

 

 

 

 

Het imposante Versailles en Musée d’Orsay

Zaterdag 12 mei staat een dagje Versailles op het programma. Allebei zijn we daar nog nooit geweest. Het ligt iets buiten Parijs, dus met de metro (er galmt elke dag wel Franse muziek door het labyrint van die ondergrondse gangen) en dan per trein naar het eindpunt Versailles Rive Gauche. Oeps, ze hebben zeker een mega blik toeristen opengetrokken want er staat al een aardige rij. Maar als we anderen mogen geloven valt het nog mee. Binnen een half uur staan we binnen. Gelukkig hadden we bijtijds door dat dit niet de rij was om kaartjes te kopen maar voor de entree. De gebouwen zijn van buiten niet bijzonder mooi (alleen aan de voorkant veel goud wat er blinkt) maar wel heel indrukwekkend door zijn grootsheid.

 

 

 

 

We leren over Lodewijk de XIV, de zonnekoning. die dit paleis tot zoiets imposants heeft gemaakt. Vooral de spiegelzaal en de zaal waar alle veldslagen zijn afgebeeld op schilderijen maken veel indruk op ons. Wat een decadentie terwijl buiten de paleizen grote armoede heerste in Frankrijk. Geen wonder dat de Franse Revolutie uitbrak met als resultaat de onthoofding van Lodewijk de XVI en Marie-Antoinette.

 

 

 

 

De tuinen zijn in gesnoeide patronen geometrisch aangelegd met strak geknipte heggen, kaarsrechte paden, vijvers met opvallende beeldengroepen en fonteinen. Ook hier geldt weer groot, groter, grootst en waan je je terug in de tijd door de barok muziek die er klinkt. En dan mogen we nog een dagje blijven van de havenmeester (Moederdag kidootje zegt Cees) en bezoeken we zondag samen met Willem en Ingeborg het Musée d’Orsay. Een voormalig treinstation met heel veel kunst. Onder andere  schilderijen van veel beroemde schilders zoals van Gogh, Monet en Renoir, mooi hoor.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De Seine en Parijs

Via Noyon en Creil is het nog een aardig stukje over de brede Seine om in Parijs te komen. Zowel Canal du Nord als de Seine zijn vrij saai en oh oh wat hebben we een keuze stress om ergens aan te leggen voor een overnachting. De keuze is reuze maar niet heus. De meeste plekken langs de kade worden ingenomen door beroepsvaart al dan niet omgetoverd tot woonboot. Aftandse maar ook super mooie. Vanaf het water kun je vaak makkelijk even naar binnen kijken. Ook Port de Plaisance haventjes die in de Fluviacarte zijn beschreven blijken helemaal vol te liggen met van ‘die’ boten of we komen vast te zitten als we zo’n haventje in willen varen terwijl we maar 1m30 steken.  En, op sommige plekken wil je gewoon niet liggen i.v.m. clochards die onder bruggen of langs de oever een onderkomen hebben.

 

 

 

 

 

Als we 2 dagen van te voren via internet Port de Paris d’ Arsenaal willen reserveren blijkt tie vol te zijn, da’s effies bale. Zou het door het Hemelvaartweekend komen of is het er altijd zo druk. Meestal reserveren we niet, we zien wel, en vaak gaat dat goed maar…. nu dus niet. Wat nu? Vrijdag 11 mei varen we Parijs binnen. Woh heel wat beroemde gebouwen zijn vanaf de Seine aan weerszijden al goed te zien. Super cool dat we daar nu zelf varen, met…. waanzinnig mooi weer.

 

 

 

 

En dan varen we langs de haven. Via de marifoon roept Cees ze toch op je weet maar nooit. Joepie, er zijn net 2 plekken vrij gekomen, precies voor de Wing V en de Namasté. Voor maar 2 nachten maar hier zijn we al super blij mee. Cees ontpopt zich tot reisleider en heeft er aardig de vaart in. We zien al heel wat high-lights van Parijs zoals de Eiffeltoren, Pont Neuf (de oudste brug), de Conciergerie (tijdens de Revolutie een gevangenis en wachtkamer voor de guillotine), de Notre Dame en de 50 meter hoge Arc de Triomphe.

 

 

 

 

Er staan overal lange rijen zodat we nergens naar binnen gaan. We slenteren over de Champs- Elysées met zijn duren winkels, het kleine Place du Tetre waar artiesten hun schilderijen tentoonstellen en portretten tekenen en de Moulin Rouge. Pfff en dan aardig wat trappen omhoog om bij de Sacré Coeur te komen. Heerlijk dat ze zo’n geweldig metro netwerk hebben zodat we niet alles lopend hoeven te doen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Aangekomen in Noord-Frankrijk

Via het Belgische Kortrijk, hier bekijken we in de regen het  witte begijnhof, de Broeltorens en het plein met de Belfort, gaan we naar Port de Plaisance van Deulémont met een uiterst vriendelijke havenmeester. Pfff hij praat wel erg rap Frans dus verstaan we er bijna niks van ha ha.

 

 

 

 

 

Op 1 mei 2018 vertrekken we weer maar we zien al op de AIS, echt handig dat we die weer hebben aan boord, dat het aardig druk is bij sluis Quesnay. Maar op 1 mei dag van de arbeid, arbeiten ze hier niet, dus varen we terug naar het haventje. De volgende dag is het helemaal file bij diezelfde sluis, het lijkt de A4 wel dus kiezen we eieren voor ons geld en nemen een andere route, via Lys (de Leie), canal d’Aire en canal de la Haute Deule.

 

 

 

 

Onderweg glijden dorpjes en steden, Merville en Bethune doen we aan, aan ons voorbij vaak met een mega grote kerk die vanaf het water goed te zien is. Verder een landelijke omgeving met veel bloesem bomen, soms wat veeteelt en wat industrie. We hebben regelmatig vrij smalle sluisjes en bij de 1e drie zelfs een privé sluiswachtster, wat een luxe. Ha ha aan iedere kant hebben we nog zo’n 40 cm over ‘het ken net’ en we zijn al heel wat pont’s (=brug in het frans), onderdoor gevaren. Sommigen zo laag dat we ons kleine mastje moeten strijken.

 

 

 

 

Van regen en grijsgrauwe luchten zijn we weer over gegaan naar blauwe, toppie want ‘t is nachts nog piepie koud. We zijn via Douai, waar Cees verlekkert een traiteur binnenloopt en er een heerlijk voorgerecht scoort en bij een viszaak een lekker stukje Heek, op canal du Nord beland. Nee, dat is  niet achter de geraniums zitten. Het lijkt wel een 8 uurige werkdag met haast geen tijd  voor een koffie of lunch pauze. Er zit om de 1 à 2 km een sluis in de opvaart met een aardig groot verval van zo’n 5 á 6m per keer. In totaal gaan we zo’n 50 meter omhoog. Zondag 6 mei 2018 starten we met een tunnel van 4,4 km, effies goed opletten dus. Dan gaan we weer 30 meter naar beneden op naar Péronne.

 

 

 

 

 

Historisch Gent

Het is nog zeker 55km van Rupelmonde naar Gent. Gelukkig hebben we donderdag 26 april vanaf 10.00 uur het tij mee (stroom mee, het gaat vloed worden) zodat we zeker 2 á 3 km/uur harder gaan door het water. Het hoogte verschil tussen hoog en laag water is hier tussen de 4 à 5 meter. Dus we komen in ieder geval nergens vast te zitten. Mmm een Nederlands vrachtschip wel, dat is bale. Het is op sommige plaatsen ook aardig ondiep. In de Merelbekesluis liggen we ineens met 10 motorboten aan verschillende bolders te bungelen. Waar al die boten ineens vandaan komen, geen idee. Rond 16.00 uur liggen we in het jachthaventje Lindelei vlak bij het historisch centrum van Gent. Hoe leuk is dat. Gelijk maar even wat rondgelopen met z’n viertjes. Een  compacte stad met de meeste high-lights dicht bij elkaar. Dus goed met de benenwagen te doen.

 

 

 

 

Maar er moet ook nog een waterwegenvignet op de kop getikt worden. Anders krijg je een boete, zeggen ze. Het is nog een hele toer om zo’n ding te bemachtigen, maar de aanhouder (Cees en Willem) wint. Op koningsdag zijn hier in België geen oranje moorkoppen of tompoucen te krijgen maar wel vers gebakken picolientjes bij de koffie, ook niet verkeerd. We zien twee kerken van binnen,  de Belfort, klokke Roeland, de stadshal, het Metselaarshuis met op de trapgevel 6 dansers bewegend in de wind, het stadhuis. We lopen over de St. Michielsbrug, de Gras- en de Korenlei, langs burcht Gravensteen en het graffitisteegje. Maar daar is alles over elkaar heen gespoten dus wel kleurrijk maar een zooitje ongeregeld. Hier geen mooie graffitikunst zoals vroeger in de Irenetunnel.

 

 

 

 

 

 

 

 

Cees maakt heerlijke bruchetta vergezeld met een overheerlijke lichtbruisende Vouvray, echt een feestmaal ter ere van koning Willem zullen we maar zeggen. ’s Avonds tegen de schemer lopen we de historische lichtwandeling van Gent. Al het moois wordt verlicht, een aanrader. Via de Leie met zijn telkens weer andere ‘optrekjes’ en mega grote tuinen belanden we in Deinze . Tjonge we zien zelfs een helikopter in de achtertuin geparkeerd, klaar voor woon-werkverkeer.  Hi hi wij zijn ook niks gewend.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

« Vorige Posts

Highslide for Wordpress Plugin