Vijf maanden Nederland

Zoals Petra laatst treffend zei tijdens het koor: Zo ben je er, zo ben je weer foetsie.” En gelijk heeft ze. Onze vijf maanden in Nederland zijn voorbijgevlogen. Het was een tijd van warmte, kou, feestjes en dierbare momenten die we voor geen goud hadden willen missen. Het begint allemaal in november met een feest van Anneloes en Peter die 10 jaar samen zijn. Daarna volgt een estafette van mijlpalen: Rob viert zijn 70e verjaardag met een winter barbecue en Jannie tovert het Skûtsjemuseum in het hoge noorden om tot een prachtig feestdecor.

Met de kookclub trekken we een weekend naar de Zeeuwse kust voor o.a .een heuse zeewier-experience. Een absolute verrassing is de intocht van Sinterklaas. Tussen alle drukte door klinkt er ineens een vrolijk Hallo Frenkie, hallo oma Anneke door de ruimte. Mijn dag kan niet meer stuk.

We hebben de museumkaart goed benut. We genieten van de koninklijke pracht in Paleis Soestdijk, de indrukwekkende verhalen in het Migratiemuseum in Rotterdam, het militair museum in Soest, het Philipsmuseum in Eindhoven en de oude kerk te Delft. Met tennisvriendinnen toveren we een overheerlijk kerstmenu op tafel. Hoewel ik zelf niet op de baan heb gestaan (onderzoeken die in oktober een definitieve oplossing krijgt) is eind maart de afsluiting van het winterseizoen met een gezellige lunch.

De kersttijd, eerst de gezelligheid hier, toen een uitstapje naar Noord-Frankrijk waar we met goede vrienden toosten op het nieuwe jaar. Vervolgens de zoektocht naar ambachtelijke comtoise-klokken in de Franche-Comté. Januari 2026 trakteert ons eindelijk op die witte wondere wereld: de slee komt van stal, rode konen van de kou, broer Jan die overkomt uit Amerika en 4 verjaardagen van kleinkids.

Het is een periode van vele oppasmomenten, juffie-momentjes, zang/optreden- momentjes en een sjieke Afternoon Tea in het Waldorf Astoria (Amsterdam, welteverstaan). We dompelden ons onder in de 16e eeuw voor een verkleedpartij rondom Potje Bart en zijn onder de indruk van de musical Willem van Oranje. En verder veel lunches, houten serveerplank graveren met Guido en Hanny, paaseieren zoeken en nog veel meer. Nu de lente voorzichtig begint te gloren, is het tijd om de blik weer op het water te richten. Op woensdag 8 april 2026, in de vroege uurtjes, keren we bootwaarts. het volgende avontuur wacht.

Arrivederci zonovergoten Sicilië

Met een heerlijke 24 graden is het hier nog echt nazomer op Sicilië. We zijn druk bezig met de grote opruimactie: inpakken, uitzoeken en kritisch kijken wat er écht niet meer mee hoeft op de boot. Onze Audi? Die komt proppie-vol te zitten. Ideaal om je eigen wagen bij je te hebben. Zaterdag (25 oktober) trekken we er nog een laatste keer op uit met Remco en Lia. Onze missie begint in Pozzallo voor de verplichte cappuccino en lunch. Ja, je leest het goed, we waren hier vorige week ook al.

Om even lekker uit te buiken duiken we de natuur in bij Cava d’Ispica. Wauw, wat een pracht! Dit is een van de grootste grot-nederzettingen van heel Sicilië. We bewonderen de Catacombe della Larderia: een gigantisch grafcomplex met zowel horizontale graven als nissen die in de rotswand zijn uitgehouwen. Dan zien we Grotte Cadute. Ooit een ‘flat’ van lang geleden. Het had woonfuncties op verschillende niveaus. Helaas is een deel ingestort (dankzij een aardbeving). Verder het Hellenistisch Gymnasium: Een in de rots uitgegraven ruimte die diende als vergaderzaal of leslokaal. We krijgen zelfs nog een private tourtje langs een klein kerkje met wat vage fresco’s.

Met de auto rijden we een klein stukje verder naar Cavallo d’Ispica: een watermolen in een grottencomplex. Deze molen wordt voornamelijk gebruikt voor de productie van meel. In tegenstelling tot de meeste molens in Nederland gebruikt deze molen geen windenergie, maar kleine beekjes (stroompjes). De molenaarswoning is nog in gebruik en een deel ervan is ingericht als museum met spullen van ‘vroegah’. Het is fascinerend om het ingenieuze systeem te zien: een filter en een kegelvormige buis veranderen het langzaam stromende riviertje in een krachtige waterstroom. Dit garandeert voldoende energie om via het houten schoepenwiel de molensteen in werking te zetten.

Mijn zonnebril is beveiligd met een touwtje zodat tie niet in’t water kiepert maar dat faalde jammerlijk toen ik hem op mijn voorhoofd parkeerde. Het gevolg? Hij ligt nu in de haven, starend naar onze kiel. Later zorgde de lokale groenteboer voor een andere verrassing: de zogenaamd milde pimientos voor bij de borrel bleken ‘very hot’ hè Remco, en echte pepers te zijn, Remedie: veel water en wijn om te blussen. Donderdag (30 oktober) is het dan zover: we rijden naar Palermo. Daar nemen we de veerboot naar Genua, en dan is het nog even doorrijden om weer thuis te zijn. Tot snel in Nederland.

Donnaluccata, Pozzallo, Punta Secca   

Het heeft heel wat geregend vannacht, maar wat vannacht valt, valt overdag niet. We vertrekken wat overdressed naar Donnalucata. Hier zit volgens kenners een heerlijke ijszaak, Blue Moon genaamd, met een grote keuze aan ambachtelijk ijs. Gelukkig hebben we nu ook een ijskenner in ons midden: de man van Hélène maakt zelf verdienstelijk ijs. Dus ondanks dat Cees en ik niet echte ijsliefhebbers zijn, zitten we al in de ochtend aan zo’n ijsje te likken. En het wordt door onze kenner heerlijk bevonden.

Nog weer later lunchen we overheerlijk in restaurant Zabbatana in Pozzallo met de zon en het ruisen van de zee op de achtergrond. Het is een voortreffelijke ambiance en heel gezellig gezelschap. We nemen zelfs een toetje; zowel voor ’t oog als de smaak is’t een aanradertje. En ook hier blijkt thee een uitdaging. Maar Monique is erop voorbereid en heeft nu theezakjes meegenomen. Kijk, heet water hebben ze dan weer wel.

Uitbuiken doen we met een wandeling bij Santa Maria del Focallo met wat krijtrotsen. We zien veel Aloëvera’s of Agave-achtige planten, soms met een bloem (dan sterft hij af), en het uitzicht is op, hoe kan het ook anders, de zee.

Vrijdag 17 oktober 2025 (de dames hebben wederom heerlijk geslapen), rijden we naar Punta Secca. Hier is voor een deel de detectiveserie Montalbano opgenomen. We zien een monument van de schrijver en wat muurschilderingen, en niet te missen: de vuurtoren. Op naar een leuk koffietentje, want ja, je kunt Sicilië niet verlaten voordat je cannoli hebt gegeten. En laat die nu supervers zijn! Thee is ook hier een no go. Nog een verlate lunch met tosti en wentelteefjes en dan is het weer tijd om de twee zussen uit te zwaaien. En wij? Wij gaan verder met de boot winterklaar maken en niet te vergeten de zondagochtend – nu middag – koffie met Toos, Rimmer, Lia en Remco.

On tour met Monique en Hélène: Ragusa Ibla, Castello di Donnafugata, Villa Romana en Caltagirone

Met onze eigen bordeauxrode waggie scheuren we vandaag, maandag 13 oktober, naar Catania. De missie: vriendin Monique en haar zus Hélène ophalen. Maar hel-le-p, Google Maps loodst ons doodleuk dwars over de lokale markt. Het is een wonder dat we niemand raken. Snel een drankje en hupsakee, we zijn weer onderweg, terug naar MdR – zo’n twee uurtjes sturen. Cees doet een ‘familiarisatie rondje’, terwijl ik me intussen over de maaltijd ontferm. Op het menu: Pasta dolce met salieboter, gevolgd door Saltimbocca met een frisse salade. En als kers op de taart? Zelfgemaakte tiramisu, lekker man.

Dinsdag staat compleet in het teken van Ragusa Ibla. Op aanraden van een mede-zeiler schuiven we aan bij ‘That’s a Moro’. Oeps het voorafje is al een hele maaltijd op zich. Het levert een hilarisch moment op als Monique om thee vraagt, waarop de serveerster resoluut antwoordt: “No.” Maar gek genoeg is een cappuccino dan weer wél mogelijk. ’s Avonds komen Lia en Remco even buurten. Zij zijn net aangekomen in de haven.

Woensdag 15 oktober vertrekken we gelijk na het ontbijt. Op naar het Castello di Donnafugata. Voordat we er zijn, lopen we langs een boerderij waar een groep koebeesten (voornamelijk donkerbruin, met één witte) net wordt uitgelaten. We staan voor het kasteel dat sinds 1628 toebehoorde aan de adellijke familie Arezzo de Spuches. We bekijken de kleding van vroegah en dwalen door de vele vertrekken.

Natuurlijk bezoeken we ook de prachtig aangelegde kasteeltuin. Zo ook het doolhof (of is het toch een labyrint?). Gelukkig hebben we vanaf het begin al een gouden strategie: alleen maar rechts aanhouden. De timing is perfect: precies voordat de bui losbarst, hebben we de uitgang gevonden.

Met de regen als decor en een broodje uit het vuistje, rijden we door naar de Villa Romana del Casale. Je weet wel, beroemd om haar mozaïeken, inclusief de iconische ‘meisjes in bikini’. Als afsluiter van de dag bezoeken we de beroemde trappen in Caltagirone, de stad van de keramiek. Ook hier worden we bij het verlaten van de stad weer door wel érg smalle straatjes geleid.

Verwaaid liggen in de baai van Siracusa en de schilder Caravaggio

Woensdag 1 oktober 2025 gaan we anker op. Een zeildag van zo’n 55 mijl naar Siracusa, met veel wind, hoge golven, grijze luchten, plensbuien en onweer. En de wolk die dat veroorzaakt blaast gewoon met ons mee. Dus best een heavy zeiltocht. We zien uitschieters naar 39.5 knopen wind echt geen zondagmiddag relax toertje. Nu liggen we alweer een aantal dagen verwaaid in de baai van Syracuse ten anker. Soms kunnen we naar de kant maar soms is de wind te heftig en wordt het bootarrest. Wat doe je dan? Tijd voor een serieuze klusjesdag. We poetsen de kuip, geven de vlag een reparatiebeurt, cleanen wat stootwillen en old-school, krijgt al het houtwerk een liefdevolle laag Pledge. Dat is met al dat hout aan boord een heel karwei, niet even in één dagje gefikst.

Zodra de wind het toelaat, slenteren we door de stad. Overal zijn gezellige terrasjes en smalle straatjes met die charmante, typisch Italiaanse huizen in aardetinten en sierlijke balkons. We bezoeken het Scene of light. Met een VR-bril maken we een virtuele sprong door de tijd, dwars door de sferen, plekken en schaduwen van de Italiaanse schilder Caravaggio. Zijn werk is zo dramatisch door het sterke gebruik van licht en donker. Geen wonder, want de man zelf was dan wel een geniaal kunstenaar, maar ook een crimineel en moordenaar met een opvliegend karakter, die maar 38 kaar oud werd. Wat bijzonder is dat ik nu het boek Grand- Hotel Europa van Ilja Pfeijffer aan het lezen ben en daar ook over Caravaggio wordt geschreven.

Een andere must-see, is het Parco Archeologico della Neapolis met het beroemde Oor van Dionysius. Een mensgemaakte kalksteengrot in de vorm van een oor met bijzondere akoestische eigenschappen. Wij maar denken dat het vandaag misschien wat rustiger zal zijn wat toeristen betreft, maar het is zondag en gratis toegang betekent: super druk. En ja hoor, ook hier duikt Caravaggio’s naam weer op. Hij is het die de grot in 1586 omdoopt tot l’Orecchio di Dionigi (het Oor van Dionysius). Verder zien we een enorm Grieks- en een Romeins amfitheater, allemaal ‘opgeleukt’ door indrukwekkende mannelijke beelden. Nu maar hopen dat de wind snel draait zodat we het anker kunnen ophalen en koers kunnen zetten naar de thuishaven Marina di Ragusa.

Highslide for Wordpress Plugin