Dag Dutch Osprey

Na het vertrek van Guido en Hanny blijven we nog één nachtje in de haven liggen met het vertrouwde geklots tegen de romp. We maken schoon schip en zetten koers naar Cartagena, de plek waar we dit jaar de reis gaan afsluiten. Onderweg glijdt Benidorm aan ons voorbij. Wat een bizar gezicht vanaf het water. Een gigantische skyline van appartementencomplexen. Van doodgewone, plompe flats tot extravagante reuzen hoog in de lucht. Een groter contrast met de rust van de zee is er bijna niet.

En dan… vallen de laatste ankermomentjes van dit seizoen. Er kruipt een onmiskenbare weemoed in ons. Het besef dat dit de laatste keer is dat we de zeilen hijsen. De laatste keer dat de wind onze haren in de war gooit, dat we die ultieme, grenzeloze vrijheid inademen. Zelfs het dagelijkse ritueel van windvoorspellingen bestuderen gaan we missen. Een boot is geen hoop polyester, het is een stuk van je leven geworden. Ik maar denken dat afscheid nemen van een trouwe reisgenoot wel mee zal vallen. Na nog een heerlijke tussenstop in de sfeervolle haven van Torrevieja waar we liggen bij de Real Yacht Club vol prachtige, nostalgische details en we eindelijk weer even de benen kunnen strekken.

Inmiddels liggen we in de haven van Cartagena. De plek waar onze Dutch Osprey te koop wordt aangeboden. Het voelt onwerkelijk. De komende dagen staan in het teken van opruimen, weggooien en poetsen. En geloof ons, dat is nog een heel karwei. Want tja zeilers zijn bewaarders. In elk hoekje en gaatje komen we wel iets tegen waarvan we ooit dachten: ‘dat kan nog wel eens van pas komen’, niet dus. En ik hou van de nodige etensvoorraad: je zal onderweg maar verhongeren. Vrijdag vliegen we terug naar Nederland. Met maar liefst vier koffers vol ruimbagage, en de wetenschap dat we later dit seizoen nog eens terug moeten voor de rest. Het is het einde van een fantastische reis, een prachtig hoofdstuk. We sluiten het boek af met een glimlach.

Gastenpost opstappers

Tradities moeten in stand gehouden worden. Sinterklaas, moeder- en vaderdag en het feit dat, als wij wat langere tijd meevaren met Cees en An, Guido een gastenpost schrijft. Het is alweer de achtste keer dat we kunnen genieten van de zeilkunsten van Cees en de niet aflatende zorg van An. Na een fantastische zeildag naar Denia prikt Cees het schip in een gaatje waarvan wij dachten dat dat nooit zou kunnen. Maar toch! Deze avond aan boord gegeten en met veel hindernissen – Hanny’s slippers in het water en Guido schopt een opstap krukje er achteraan – douchen aan de kant. Nog wat potjes kaarten en op kooi.  Beetje uitgeslapen en om de warmte te ontwijken uitgebreid gelucht in een ge-aircoot restaurant. Lekker lang overgedaan. Uit de rekening blijkt wel dat de Balearen absurd duur zijn.

1 juli 1976 leerde Cees en ik elkaar kennen in militaire dienst. Vandaag precies een halve eeuw geleden en het is dus een gedenkwaardige dag. Heb Cees deze ochtend bedankt dat hij het zo lang heeft volgehouden. We gaan voor de allerlaatste zeildag – van Denia naar Pobla de Farnail – bij Valencia. De voorspellingen waren goed, maar vandaag blijkt ook dat deze niet persé kloppen. Een spiegelgladde zee valt ons ten deel in het begin en na alle windrichtingen gehad te hebben gaat het precies om 14.00 uur uit het Oosten waaien. Precies wat we nodig hebben en we sjeesden zo de haven van Pablo binnen. Al met al weer een mooie zeildag.  Cees had ons een mooi zwembad beloofd. Dat lag er wel, maar was tevens omgedoopt tot discotheek met een muziekgenre die niet de onze was.  Cees en An toch nog even de zee in waarna we lekker hebben zitten eten en geproost hebben op de volgende 10 jaar vriendschap. Donderdag 2 juli vroeg op om met de bus naar Valencia te gaan. Wat een mooie stad met zeer interessante gebouwen. Een basiliek die echt de moeite waard was en een zijde beurs met fantastische vloeren en plafonds. Ze konden in die tijd toch wel heel erg mooie dingen maken en de foto’s spreken voor zich.

Ook bezochten we de markthallen, waar we ons tegoed deden aan wat oesters met een glaasje Cava. Morgen zit het er voor ons weer op en kunnen we terugkijken op 12 dagen waarin we echt mooie zeildagen hebben gehad, genoten hebben van de gastvrijheid van Cees en An en hopelijk met het vooruitzicht dat we dit in de toekomst weer mee mogen maken.

We are going to….. Ibiza

De vaart zit er lekker in. Het is vrijdag 26 juni en we knallen 53 mijl over het water naar het volgende Balearen-eiland. We parkeren ons anker in het zand van de ruime Cala Xucla, maar de kant bereiken is nog een heel avontuur = not. Ondertussen voert Cees een digitale oorlog met het boekingssysteem voor een mooring in Sant Antoni. Volgens Navily is dit het “ergste boekingssysteem ooit” en we begrijpen waarom: de website ligt dagenlang in coma en de uiteindelijke boodschap is een keiharde “nee”. Dag verjaardagsfeestje in Sant Antoni… denken we. Maar na alle serenades, cadeautjes, podcasts, whatsapp berichtjes en FaceTime-sessies gebeurt er een wonder. Cees spot ineens op zijn mobiel dat er een plekje is aan een mooring bij Club Nautico. Het kost wat, maar hé, wie jarig is trakteert zichzelf. Eenmaal binnen zien we dat de helft van de boeien gewoon leeg ligt. Snappen jullie het nog? Wij ook niet, maar we vieren het feestje wel.

De “hoofdprijs” komt gelukkig inclusief een gratis watertaxi (favoriete marinero inclusief) en een hip tasje voor de bootpapieren. Luxe hoor. We schuiven aan bij Villa Mercedes voor het verjaardagsdiner, met jawel life music. Het is hier één groot “zien en gezien worden”-circus; we kijken onze ogen uit. Natuurlijk moeten we even langs Café del Mar voor een remake van onze foto uit 2011. Conclusie: we waren toen wel heel erg jong.

Met de bus tuffen we vroeg naar Ibiza-stad om de hitte voor te zijn. Dalt Vila is prachtig: dwalen tussen de stadsmuren, smalle steegjes bedwingen en puffend over de enorme haven uitkijken en her en der genieten van de bloemenpracht. Die schaduw is op dit moment onze beste vriend. Maandag 29 juni gaat de wekker weer vroeg. We hijsen de zeilen voor een flinke tocht naar het Spaanse vasteland. Bestemming: Denia. Het zeilen is vandaag weer een cadeautje.

Dag Menorca, hallo Mallorca

De hitte stijgt hier net als in Nederland ruim boven de 30 graden. Alle ventilatoren draaien overuren en zonnen-doeken worden van stal gehaald. Omdat de havens in Mahón liever mega-jachten ontvangen (helaas pindakaas) liggen we aan een drijvende pontoon aldaar. De koffers van Guido en Hanny sjouwen we sportief zelf in de dinghy.

Zonder wind transformeren we de Dutch Osprey tijdelijk in een motorboot en varen we naar het schitterende Cala Galdana. Tijd voor een heerlijke, verkoelende plons in het strakblauwe water en een diner op een absolute A-locatie, in de schaduw en met wat wind, wat wil je nog meer. We zijn inmiddels op het eiland Mallorca beland. Na een tussenstop aan een meerboei in Porto Colom mag de motor eindelijk uit: er volgt een heerlijke zeildag naar Palma.

Bij het binnenvaren van de baai spotten we indrukwekkende mega-zeilboten die trainen voor een wedstrijd, compleet met bemanning die als menselijke ballast op de rand hangt. Eenmaal in de haven ontbreekt de rode loper, ondanks dat we de hoofdprijs betalen aan liggeld. Aan boord houden we de sfeer er goed in met hilarische potjes pesten. Een must -see volgens tripadvisor is de indrukwekkende kathedraal La Seu. In de verte lijkt het net op een reusachtig zandkasteel. We ontvluchten de warme stad. Op naar een baai voor een nieuwe, frisse duik.

Menorca vanaf het water: Springende vissen, “Tante Sedonia” en dinghy dock

Met een heerlijke bries in de zeilen glijden we langs de prachtige noordkust van Menorca richting Fornells. Het is elke keer weer een sport om een perfect zandplekje te vinden voor ons anker in de cala’s. Dat moet ook wel, want er staan best wel hoge boetes op het droppen van je anker en ketting in het beschermde posidonia-gras. Door Cees inmiddels omgedoopt tot “tante Sedonia-gras”. We hebben wel een patrouillebootje van Servicico de Vigilancia de Posidonia voorbij zien komen die met een speciale kijkemmer de bodem scant om te zien of je wel netjes in het zand ligt. Onderweg worden we plotseling getrakteerd op een bizar natuurspektakel. Het wateroppervlak krioelt letterlijk van de springende vissen. Er zit overduidelijk een grote jager achter ze aan. Eén vis is blijkbaar zo ontzettend in nood dat hij een recordhoogte bereikt en pardoes bij ons aan boord vliegt. Bij Cala de Algaiarens is het een mooi stukje ongerepte natuur met twee strandjes, omringd door hoge rotsen. We stappen in de dinghy, varen naar de kant en maken een leuke wandeling door het duinengebied met dennenbossen.

Onze volgende stop is de gigantische, beschutte baai van Fornells. Witte huizen met donkergroene luiken en van die speciale witte gordijntjes. Met een lengte van vijf kilometer en een breedte van twee kilometer is er werkelijk plenty plek om te ankeren. Als watersporter lig je hier heerlijk beschermd tegen de golven, al houden de omliggende bergen niet álle wind tegen. Er liggen inmiddels ook flink wat boeien in het water. Het absolute pluspunt? Er is een heus dinghy dock aanwezig, superhandig. Met borreltijd nemen we nu een lekkere koude sangria en we hebben al een overheerlijke paella achter de kiezen. Het valt ons op hoe schoon het hier overal is. Je raakt je afval moeiteloos kwijt zonder ingewikkeld gedoe. Dat hebben we in Italië wel anders meegemaakt.

 We wandelen op ons gemak naar de Torre de Fornells. Deze iconische, kegelvormige verdedigingstoren staat prachtig te pronken aan de noordkust. Britse troepen bouwden hem rond 1801 om de baai van Fornells te beschermen. Ondertussen is Cees bezig met een planning en heeft met moeite een plekje kunnen regelen in Mahon. Zondag komen Guido en Hanny gezellig voor 2 weekjes onze kant op.