Sardinië

Zaterdagochtend 30 mei 6.30 uur: de trossen gaan los. De wind is niet ideaal voor de oversteek naar Sardinië, maar de drang om te vertrekken is simpelweg te groot. Het begint als een relaxte tocht waarbij de gennaker prachtig vol staat. Met dit rustige tempo rekenen we op drie dagen en twee nachten op zee. Maar dan trekt de wind plotseling aan. De laatste zeven uur gaan we werkelijk als een speer. Wat een geluk. Rond 22.30 uur valt het anker in het pikkedonker bij Porto Giunco, in het zuiden van Sardinië. Een onbekende plek aanlopen in de nacht blijft toch altijd een spannend dingetje.

De wind poeiert inmiddels zo hard dat we ook op de volgende ankerplekken, Pula en Teulada, noodgedwongen aan boord moeten blijven. Gelukkig is er vanaf het dek genoeg te zien. We kijken uit over een schitterend, ongerept landschap van hoge bergen en amper bebouwing. De kustlijn is bezaaid met oude verdedigingstorens van vroeger. Ooit gebouwd om te waken voor piraten, waarbij de wachters via rook- en vuursignalen met elkaar communiceerden. Dus niet als baken voor de scheepvaart.

Op 4 juni, we liggen nog voor anker bij Teulada, kunnen we eindelijk weer voet aan wal zetten. Wat is het heerlijk om de benen te strekken. De typische geur van Sardinië komt ons al tegemoet: Mirte, de paarsblauwe mirtebes. We trakteren onszelf op een verrukkelijke lunch bij Trattoria da Gianni—dat is pas echt smikkelen en smullen. Inmiddels liggen we weer achter het anker bij Capo Sperone. Morgen zeilen we door naar Carloforte, waar we rustig wachten op het perfecte weergaatje voor de oversteek naar de Balearen.

Contrasten in Sicilië: Van kunstwerken, beton tot Griekse Oudheid

Maandag 25 mei stappen we in onze huurauto voor een rit vol indrukken. Onze 1e stop is bij Gibellina Nuova. Het originele dorp Gibellina wordt in 1968 door een aardbeving verwoest en herrijst zo’n 15 kilometer verderop. De burgemeester nodigt kunstenaars uit om het dorp vorm te geven. Het resultaat? Een surrealistische verzameling enorme kunstwerken en abstracte gebouwen. Sommige kunstwerken zijn echt mega huge,

Cretto di Burri: Daarna rijden we naar de rampplek zelf. Kunstenaar Alberto Burri heeft de ingestorte huizen samengeperst en bedekt met metersdik wit beton. Wandelend door dit wel heel bijzondere ‘doolhof’ volg je exact de oude straten en steegjes van toen. Een bizarre, driedimensionale plattegrond van een verdwenen dorp in een groene omgeving.

Tijd voor het middeleeuwse Salemi, hoog op een heuvel. Google Maps bezorgt ons direct een flinke dosis adrenaline via onverharde wegen vol gaten en later in Salemi door smalle straatjes. We komen bijna vast te zitten maar ,,,,,het ken nèt. In het uitgestorven centrum scoren we een welverdiende primi piatti bij het kasteel.

Via gelukkig wat betere wegen rijden we door naar Segesta. Hier wanen we ons even in Griekenland bij de imposante, nooit afgebouwde Dorische tempel. De bus brengt ons vervolgens naar het hoger gelegen amfitheater, inclusief een waanzinnig uitzicht. Al met al: een dag vol contrasten en genoeg indrukken om van na te genieten. En dan hoppa is er alweer een week voorbij. Maar …..sinds een paar uurtjes liggen we weer in’t water. Na een proefvaart met 2 monteurs hebben we groen licht om weer te gaan varen, jippie. Op naar Sardinië.

.

Glanzend op het droge en nog even ongeduldig wachten

De buitenkant van onze Dutch Osprey glimt ons weer tegemoet. Ook de twee lagen anti-fouling zitten er strak op. Het is inmiddels donderdag 22 mei en de monteurs komen vandaag het gereviseerde taatslager en de geteste homokineet monteren. Met een beetje geluk glijden we vanmiddag nog het water in. Terwijl de heren klussen, doe ik snel de laatste verse boodschappen. Alles staat klaar voor vertrek. Het mooie is dat er precies een gunstige noordenwind waait om richting Sardinië te zeilen. Maar helaas… er komt een kink in de kabel. De muffler (het waterslot of uitlaatdemper) blijkt niet in orde te zijn. Er moet een nieuw exemplaar uit België komen, dat ook nog eens aangepast moet worden. Helaas pindakaas, we liggen hier dus nog wel even. En ja Cees, dat betekent dat je weer braaf ijs mag scheppen voor de koelkast, want die werkt niet op het droge.

Om de zinnen te verzetten, stappen we zaterdag aan boord van een tripperboot van Blu Lines voor een tocht naar de eilanden Favignana en Levanzo. We bewonderen de eilanden vanaf het water én verkennen ze te voet. Het is een heerlijke dagtrip. Tussen de middag staat er een warme maaltijd voor ons klaar en een paar durfals nemen zelfs een duik in het o zo koude zeewater. Omdat het massatoerisme nog niet is losgebarsten, is er lekker veel ruimte aan boord en de bemanning is supervriendelijk.

Zondag 24 mei staat in het teken van cultuur. We bezoeken het Museo Pepoli, dat is gevestigd in een prachtig 14e-eeuws karmelietenklooster. Wat een diversiteit komen we hier tegen. We kijken onze ogen uit bij schilderijen, sculpturen, een guillotine, goudsmeedkunst en verfijnde koraalbewerkingen. Ook hangen er heilige gewaden en liggen er historische voorwerpen, beelden en bijzondere vloerafbeeldingen. We wandelen over de sfeervolle binnenplaats met zijn karakteristieke pilaren en slenteren door het prachtige park dat eromheen ligt. Als kers op de taart spot ik door de ramen zowaar nog twee monniken in witte gewaden. 

      

Drie dagen op vlindereiland Favignana

In plaats van lijdzaam wachten op de bootreparatie, kiezen we voor een driedaags uitstapje naar het nabijgelegen Favignana. Eén van de Egadische eilanden. De overtocht met Liberty Lines is meteen een avontuur; de wilde zee zorgt ervoor dat de crew al snel plastic zakjes uitdeelt aan kotsmisselijke passagiers. De receptioniste vertelt vol trots over haar ‘vlindereiland’, dat zijn naam dankt aan de unieke vorm. In de haven genieten we van de bonte verzameling gekleurde vissersbootjes die aan hun lijnen kraken, begeleid door het luide gekrijs van meeuwen.

We duiken in de geschiedenis bij het monumentale Tonnare di Favignana. In de negentiende eeuw hét centrum van de tonijnindustrie, groot gemaakt door de invloedrijke familie Florio. Stamvader Ignazio zorgde destijds voor een revolutie door tonijn in te blikken in olie in plaats van zout.

Later dwalen we door hun luxe zomerverblijf, Palazzo Floria. Franca Florio droeg een ketting van 7 meter met 365 parels. Volgens de legende kreeg zij van haar man één parel voor elke echtelijke misstap, als afkoopsom voor zijn ontrouw. In werkelijkheid was het sieraad vooral een theatraal statussymbool om de immense rijkdom van de familie te tonen. De enorme lappen Italiaanse tekst zijn een flinke uitdaging voor Google Translate, maar de grandeur is er niet minder om.

De volgende dag crossen we op elektrische fietsen het eiland over. Onze eerste stop is de Giardino dell’Impossibile, een bijzondere botanische droomtuin van Maria Gabriella Campo. die aangelegd is in oude, uitgegraven steengroeven. Daarna hobbelen we over verharde en onverharde paden langs de ruige kustlijn, genietend van de rotsen, een eenzame vuurtoren en de soms adembenemende azuurblauwe zee.

Onze mini-vakantie sluiten we zaterdag 16 mei af met een stevige klim omhoog richting het hoogste punt van het eiland: het verlaten Castello di Santa Caterina. Onderweg een waanzinnige uitzicht over het eiland. Aan het einde van de middag stappen we voldaan weer aan boord van onze eigen boot.

Pasta di mama, Moederdag en monteurs

Het is zaterdagmiddag en we genieten volop bij het vakantiehuis van Niels en Doortje. “Hellep” Cees neemt de uitdrukking ’tegen de lamp lopen’ iets te letterlijk als hij knetterhard met zijn hoofd tegen de glazen schuifpui knalt. Zijn bierglas overleeft de klap niet, maar gelukkig brengen scherven geluk. Omdat Niels in Italië verblijft maar nog geen pasta heeft geproefd, neem ik de honneurs waar. Ik serveer een romige Pasta Carbonara met als klap op de vuurpijl een zelfgemaakte Tiramisu. Smullen.

Op zondag is het feest voor de moeders. Niels trakteert op een uitgebreide lunch, maar niet voordat we op grote hoogte koffiedrinken aan boord van de Dutch Osprey. De replica van de vliegtuigtrap blijkt daarbij een onmisbaar hulpmiddel. Ook de rest van de kinderen laat van zich horen: Anneloes en Leon zorgen voor gezelligheid via FaceTime, en Evelien steelt de show met een zelfgemaakt tasje met de tekst: “Ik vind je fanTAStisch.”

Inmiddels is de rust weergekeerd en zijn we weer met z’n tweetjes. Dat is altijd even wennen, maar we hebben weinig tijd om stil te staan bij de stilte. Maandagochtend staan er namelijk twee monteurs op de stoep om het taatslager en de homokineet onder handen te nemen. Het is een flinke klus om deze onderdelen te demonteren en mee te nemen naar hun werkplaats. Hoewel deze heren er in september 2025 tijdens een proefvaart ook al naar keken en dachten dat het okay was. Blijkt het probleem toch echt te bestaan. Omdat het juiste gereedschap ontbreekt om het lager uit zijn omhulsel te krijgen, liggen we hier voorlopig nog wel. Geduld is een schone zaak.